Wat is een taalontwikkelingsstoornis (TOS)

Wat is een taalontwikkelingsstoornis (TOS)

Kinderen met TOS zijn slimme kinderen die moeite hebben met praten en vertellen, en met het begrijpen van wat anderen zeggen.

Ellen Gerrits heeft TOS erg mooi omschreven in de bovenstaande definitie en het houdt in dat er op de taal na niets aan de hand is met deze kinderen. Ze hebben doorgaans een normaal iq, maar problemen met het uiten en verwerken van taal. Het wordt dan ook niet veroorzaakt door verstandelijke beperking of een beperkt taalaanbod. Het is een onzichtbare handicap.

Een taalontwikkelingsstoornis is een neurologische ontwikkelingsstoornis van genetische oorsprong (Dale e.a., 1998). De precieze oorzaak is nog onbekend, maar er wordt wel, ook in Nederland, onderzoek naar gedaan.

Naar schatting 7% (Tomblin e.a., 1997) van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar heeft te maken met een taalontwikkelingsstoornis. Wanneer dit vertaalt zou worden naar schoolklasniveau, zou het betekenen dat er in iedere schoolklas 2 kinderen zitten met een TOS. Jongens hebben vaker een TOS dan meisjes. Toch zijn maar weinig mensen bekend met de term Taalontwikkelingsstoornis. Dat maakt de herkenning en erkenning lastig voor kind en ouders.

De maatschappij is erg gericht op taal en wanneer je minder sterke kant taal is, is het lastiger om mee te doen en er tussen te passen. Een TOS kan minder worden, maar gaat helaas nooit helemaal weg. Wel kun je er mee leren omgaan en het betekent niet dat je niets kunt bereiken, het zal alleen vaak wel moeizamer gaan. Gelukkig bestaat er vroegbehandeling voor peuters en kunnen kinderen met TOS terecht op cluster 2 onderwijs of op regulier onderwijs met of zonder ondersteuning van ambulante begeleiding, op zowel basis- als voortgezet onderwijs. Daarnaast spelen ook de logopedisten in de vrije vestiging een belangrijke rol in de screening, interventie en behandeling van TOS.

Onzichtbare handicap

Een TOS is een onzichtbare handicap, je ziet niets aan het kind, maar wanneer het begint te praten valt het vaak wel op. Doorgaans vindt de taalverwerving als een automatisch proces plaats, maar bij kinderen met TOS is dat niet het geval. Je merkt het wanneer het kind niet gaat praten of juist heel onverstaanbaar spreekt. Of op een iets latere leeftijd krom gaat praten, door bijvoorbeeld verkeerde werkwoordvormen toe te passen, kromme zinnen te maken, onsamenhangend te vertellen en woordvindingsproblemen te ondervinden. Kinderen met TOS hebben doorgaans ook problemen met het taalbegrip en hebben daardoor moeite met lange zinnen en opdrachten, vooral wanneer deze meervoudig zijn (bijvoorbeeld ‘kleed de pop aan, kam de haren en zet haar op de stoel’, kans is groot dat hij blijft hangen bij aankleden, omdat de rest niet doorkomt).

Sommige kinderen blijven hun hele leven kampen met hun taalzwakte. Wanneer je moeite hebt met taal heeft dit consequenties voor je eigen ontwikkeling en welbevinden, je schoolloopbaan en carrière (o.a. Schoon, Parsons en Law, 2010).

  • Miscommunicatie leidt tot frustratie, onbegrip, minder vriendschappen, vaker gepest worden;
  • Mondelinge taalproblemen leiden tot schriftelijke taalproblemen. Wanneer je iemand die een verhaal vertelt niet goed begrijpt is het ook lastig om een geschreven verhaal te begrijpen;
  • Ons onderwijssysteem is vrijwel volledig gericht op verbaal leren: de lesstof wordt aangereikt via mondelinge en schriftelijke instructie. Moeite met spreken, en begrijpen van taal, lezen en spellen leidt daarom tot leerproblemen en minder schoolsucces, ondanks een normale intelligentie;
  • De taal- en hieraan gerelateerde leerproblemen hebben als consequentie dat een jong volwassene met TOS meestal laagopgeleid is. Miscommunicatie, zwakke mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden beperken kansen op de arbeidsmarkt en kunnen ook eerder leiden tot ontslag. (Gerrits, E. (2015).

– Anita Bloem

Wat houdt het voor ouders in

Het overkomt veel ouders waar ik mee in gesprek kom. De ander heeft nog nooit gehoord van TOS. Ouders van kinderen die niet of onverstaanbaar praten. Kinderen met een Taal Ontwikkeling Stoornis. TOS dus.
Je kind is niet gewoon wat achter met taal of een beetje langzaam met praten, nee het is ook niet stotteren, maar een stoornis. Onverstaanbaar praten, heel weinig woorden hebben, gefrustreerd raken omdat een kind wel weet wat hij wil, maar het niet kan zeggen.
Gewoon een kind, dat gewoon kan horen en gewoon zou functioneren, ALS het kon praten. Zich kon uiten, kon zeggen waar hij mee wil spelen en kon vragen om wat hij wil eten of drinken. Gewoon gezellig een kletspraatje zou houden met papa of mama, een vriendje, met opa en oma. Gewoon dank je wel zou zeggen voor het plakje worst bij de slager. Gewoon grenzen aan zou kunnen geven als hij iets niet wilde. In plaats daarvan zijn er vaak driftbuien, frustratie en boze buien, paniek of teruggetrokken en stil gedrag, omdat het al weet niet begrepen te worden.

Daarbij vaak onbegrip vanuit de omgeving voor het kind en de ouders. Bij de bakker en de slager commentaar omdat je kind geen dank je wel zegt. Kritiek van anderen uit je omgeving, je helpt te veel, je tolkt te veel of leest te weinig voor, je spreekt niet goed genoeg Nederlands. Iedereen gaat toch vanzelf wel praten. Je kind is nu bezig met andere dingen, of het is te lui, het is een jongetje…. Het gaat heus wel vanzelf over. Ouders die vraagtekens gaan zetten bij hun eigen deskundigheid, twijfel. Soms zelfs schuldgevoel, onterecht.

Want een stoornis gaat niet vanzelf over. Zoals een kind fysiotherapie nodig kan hebben bij het leren lopen, zo hebben andere kinderen logopedie om te leren praten en soms is ook dat niet genoeg. Moet er meer gebeuren, vroegbegeleiding en behandeling. Peuter-communicatiegroep Twee of meer dagdelen per week naar een speciale behandelgroep voor kinderen met TOS. Intensieve groepsbehandeling, totale communicatie, logopedie, nederlands ondersteund met gebaren, Picto’s , kortom een hele nieuwe wereld gaat open. Op weg naar taal..
En in die wereld kom je niet zomaar. De weg daarnaartoe is voor veel ouders moeizaam. Eerst moet duidelijk zijn dat het nodig is, je moet het als ouder ook een plek geven, onderzoeken aanvragen, verwijzingen en nog meer onderzoeken. En dan kom je vaak ook nog eens bij een wachtlijst uit.

Die ouders kunnen nu bij elkaar aankloppen. Ouders die onderweg zijn naar hulp, die deze periode achter zich hebben gelaten, ouders die begrijpen wat er in je omgaat, ouders die elkaar begrijpen, waar je mee kan delen. Maar ook ouders die je, als je dat wilt, op weg naar informatie kunnen helpen, meedenken en helpen om op koers te blijven. Op weg naar taal…..

– Marja Lam

Naslagwerk

hier vind je een boekenlijst die gaan over het onderwerp TOS

 

Tips voor TOS

hier houden we een lijst met van handige websites die ons als ouders helpen.